Na de amputatie

U zei dat u na de amputatie nog wel eens pijn had “Inderdaad, na de amputatie had ik nog enige tijd last van plotseling optredende pijn. Heel vervelend, maar overkomelijk.” De pijn waar deze man over spreekt is de zogenaamde ‘fantoompijn’. Andere zenuwpijn treedt ook later vaker plotseling op, maar verdwijnt na kortere of langere tijd meestal ook onverwachts. Een eenvoudige pijnstiller is vaak voldoende. Het nieuwe leven met een prothese lukt! Zoals het ook deze prothesegebruiker is gelukt. Deze man overwon zijn problemen en leeft grotendeels net zo gewoon als ieder ander. Een ervaring waarover u straks kunt meepraten.

De fysiotherapeut / ergotherapeut

Belangrijk voor het genezingsproces. De fysiotherapeut, oefentherapeut (bij het lopen) of ergotherapeute (bij hand en armgeamputeerden) speelt een niet te verwaarlozen rol in het revalidatieproces. Om te beginnen wordt bekeken hoever het genezingsproces is gevorderd. De patiënt moet altijd vertellen welke plekken nog pijnlijk zijn, zodat de fysiotherapeut daar rekening mee kan houden. Ook moet worden bekeken of de spieren die nodig zijn om met een prothese te kunnen lopen, wel sterk genoeg zijn. Maar zonder de medewerking van de patiënt kan zelfs de beste fysiotherapeut niets doen. Wat zegt de fysiotherapeut daar zelf over? “Belangrijk is, dat de patiënt zelf aandacht besteedt aan het voorkomen van een zogenaamde ‘contractuur’. Dit is een verkorting van de spieren, die kan ontstaan als u een gewricht te lang in een gebogen houding laat liggen. Om dit te voorkomen moet u nauwgezet de voorgeschreven oefeningen doen en dagelijks een half uur in een anti contractuurligging rusten.”

Het therapieplan

De fysiotherapeut stelt een therapieplan op. Dat ziet er als volgt uit: * De stomp wordt tweemaal per dag gezwachteld om de zwelling in de stomp te verminderen. * Dagelijks worden oefeningen gedaan om de spierkracht en de bewegingsmogelijkheden te onderhouden en te verbeteren. Kunt u iets over het oefenen vertellen? “In het begin leert de patiënt te lopen met krukken of een looprekje. Daarna bekijken we wanneer we met een oefenprothese beginnen. Voordat de echte prothese wordt aangebracht, wordt overleg gepleegd met de revalidatiearts en prothesemaker. Vervolgens begint het echte werk: leren lopen en of het leren functioneren met je hand /arm.